This volume touches on one of the most important aspects of South African economic history before the discovery of diamonds and gold. It is an early study of the livestock industry at the Cape, especially the development of the merino sheep industry. The author was a colonial-born Company official, who found favour with the British authorities when they took the Cape in 1795. Despite his pro-British sympathies, the Batavian government found his wide knowledge invaluable and asked him to report on the agricultural potential of the Cape. This report was the result.

  1. Zal ik myne gedagten opgeeven over de introduetie der Spaansehe of Wol-geevende Schapen in deze Kolonie, en vooral over de noodzakelykheid dat het Gouvernement hier in onverwyld kragtdaadige maatregelen neeme. En ik zal ‘er tevens byvoegen, waar in, zo als het my ten minsten voorkomt, deze kragtdaadige maatregelen zouden dienen te bestaan.
  2. Zal ik tragten aan te toonen de nuttigheid en zelfs de noodzakelykheid al meede, dat de in deze Kolonie reeds begonne verandering van hèt Rundvee, in het zogenaamde bastaard Vaderlandsche soort, verder van wegens het Gouvernement worde voortgezet en aangemoedigd.

Het 1 ste poinct betreffende, zal men zeer weinig nodig hebben ter overtuiging van het groot onderscheid, welk ‘er gelegen is in de qualiteit der Schapen van deze Kolonie met de zogenaamde bastaard Spaansche Schapen.)

Trouwens! de eerste geeven geen Wol, en worden enkel voor de Slagtbank voortgeteelt — de laatste daarentegen geeven Wol van eene zeer goede qualiteit.

Dit onderscheid alléén en op zig zelve in de qualiteit dier Sehapen is van zu1k een uitneemend belang voor het toekomend geluk van deze Kolonie, dat men geene

 

  1. I shall submit my ideas about the introduction of Spanish or wool-producing sheep into this Colony, and especially about the necessity for the Government to adopt efficacious measures in this matter without delay. And at the same time I shall explain what form these adequate measures should take, at least as it appears to me.
  2. I shall try to show the utility and even the necessity for the Government to further and encourage the process, which has already begun in this Colony, of changing the cattle into the so-called cross-bred Dutch variety.

Concerning the first point it will be easy to convince anyone of the great difference in the quality of the sheep of this ‘Colony as compared with the so-called cross-bred Spanish sheep.

Apart from other considerations the former do not yield wool and are only raised for slaughter purposes, whilst the latter on the contrary yield wool of very good quality.

This difference, solely in the quality of these sheep, is in itself of such great importance for the future