H.A.L. Hamelberg was a Hollander who visited the Cape in 1855, remaining there for six months. Subsequently he undertook a journey from Cape Town to Bloemfontein where he spent about seven years. The journal covers the earlier events in more detail

Bloemfontein in 1851

Februarij 2. Hedenavond ben ik te Bloemfontein terug gekeerd.

Junij 2. 1k was heden op mijne reis naar Fauresmith bij den hr. Gerrit Visser, een lid van den Volksraad. Hij sprak met Petrus Grobbler, een lid van den Bloemfonteinschen kerkeraad die zeide nooit zoo ver gedacht te hebben over het draai der aarde om de zon. De hr. Visser had dit nooit kunnen begrijpen, voor dat hij eene vlieg, welke zich natuurlijk verbeelde over den grond te gaan, tegen eenen zolder had zien loopen. Zoo was het ook met ons; en ieder mensch had een planeet onder aan zijne voeten, waardoor hij aan de aarde werd vast gehouden.

Augustus 24. J. J. Raaff Baljoew van Bloemfontein, zond mij in de vergadering van den Volksraad van heden een stukje papier, waar met potlood op geschreven stond: ,,Moveerd dat Een Officier present zijn zal aan de hof en ik hoop uEd. zal mij voor stellen, dat ik tog Eits moge daarbij verdiene U E Dnr J. Raaff.” Zoo gaat het hier, en zoo is de verhouding van den een tot den ander. Met hof — meent Raaff den Raad.

September 5. De Heer E. R. Snijman, fungerend staatspresident, verhaalt mij uit den mond van den Heer G. P. Visser, lid van den Volksraad, vernomen te hebben, dat deze zich het zoo aangetrokken heeft, dat hij in de zitting van den volksraad van Februarij en Maart 11. niet tot fungerend staatspresident is gekozen, dat hij daarvan eene zware ziekte—de geelzucht—heeft gekregen. De Heer Visser is een eenvoudige veeboer in het district Fauresmith.

Den 35 Augustus ben ik door den Volksraad met de hrn. J. J. Venter en J. F. Janse van Rensburg benoemd in eene corn­missie van 3 leden om ten gevolge van een aangenomen voorstel van den hr. J. J. Venter met de Z.A. Republiek termen van broeder­lijke onderhandeling daar te stellen!!

 

1860

Januarij 2. 1k heb heden aan den Secretaris van den Volksraad eene missive gezonden, houdende kennisgeving aan den Raad, dat ik mijn mandaat als volksvertegenwoordiger voor de wijk Ondervalsch­rivier nederleg. 1k ben tot dat besluit na rijp overleg en raadpleging met anderen gekomen om verschillende redenen. Er is, ofschoon dan ook zonder grond, onder een deel van het volk een groot wantrouwen tegen de Nederlanders op gewekt; er is, gelijk herhaaldelijk gebleken is, bij de meeste ingezetenen der wijk, welke ik vertegenwoordig, een tegenzin tegen mij, voortspruitende uit verschul van politieke denkwijze; er is bij velen een stellige begeerte om den Heer Pretorius als president bevestigd te zien, onverschillig op welke wijze, onder welke omstandigheden en met welke vooruitzigten zulks geschiede, en de zoo danigen zullen hem bij de aanstaande Raadszitting— gewapend wordt gezegd—naar Bloemfontein vergezellen; er bestaat een algemeene geest van afkeer omtrent de wetten, de belastingen, de ambtenaren en eene algemeene zucht om zeer veel te veranderen of Africa te schaffen, wat ik zou wenschen te behouden; er is groot gevaar, dat ik, in den Volksraad mij verzettende tegen zoo veel, dat zal worden voorgesteld, of punten ter sprake brengende—as in duty bound—, welke anders met stilzwijgen zullen worden voorbij­gegaan, de oorzaak zal zijn, dat de Volksraad uiteengedreven wordt en de laatste zweem van wettigheid en orde verdwijnt; er is zeker­heid, dat ik evenwel niet in staat zou zijn door mijn verzet en mijne redeneringen eenig goed uit te rigten of eenig kwaad te keeren onder de omstandigheden, waarin het land geplaatst is. Om deze en dergelijke redenen heb ik gemeend voor het algemeen belang het beste te handelen door mijne gezegde betrekking neder te leggen en zoo doende geen nutteloos en misschien noodlottig struikelblok te worden op eenen weg, dien de groote massa bewandelen zal.— Verschilt de Raad met mij van gevoelen omtrent de wenschelijkheid, dat ik mijn mandaat als volksvertegenwoordiger nederleg, en ver­klaart hij zich dus ongenegen mijn ontslag aan te nemen dan zal ik voortgaan in denzelven werkzaam te zijn, totdat de tijd, voor welken ik gekozen ben, verstreken is.

Februarij 4. De gelukkigste dag mijns levens. 1k ben heden verloofd ~et Miss Dorcas Lucas. God zegen haar naar den eindeloozen rijkdom zijner liefde en zegene mij om harentwil!

Februarij 26. Uit de Notulen der laatste zitting van den Volksraad, gepubliceerd in de Gouvernementscourant van 14 Februarij 11., zie ik dat op 7 Februarij mijn ontslag als raadslid aangenomen is onder dankbetuiging voor bewezene diensten.

Julij 24. Hedenmorgen ben ik naar Smithfield vertrokken waar ik den

Julij 25. ben aangekomen en waar den

Julij 26. des morgens te so ure na voorafgaande huwelijksafkon­digingen door den Heer Lemue, Zendeling op Carme], ten huize van den Heer C. S. Orpen mijn huwelijk met mijne dierbare Dorcas voltrokken. Na het gebruik van een dejeuner, waaraan buiten verscheidene familieleden enkele bekenden deelnamen, ben ik nog denzelfden dag met mijne vrouw naar Bloemfontein teruggekeerd en