Hendrik A.L. Hamelberg as jong man

Hendrik Antonie Lodewijk Hammelberg, wat in 1826 in Nederland gebore is en aldaar ‘n meestersgraad in die regte behaal het,  het in 1855 besluit om Suid Afrika toe te kom om hom “tot proefneming ”aldaar te vestig. Hy vertrek per skip na Kaapstad in Oktober daardie jaar en vanaf daardie datum neem sy dagboek in aanvang. Hy beskryf die seereis, wat ongeveer twee maande duur, asook sy verblyf van ses maande aan die Kaap, uitvoerig. Hy verlaat Kaapstad in Julie 1856 en beskryf die interessante reis, van amper ‘n maand, per kapkar na Bloemfontein ook in detail in sy dagboek. Daar gekom, tref hy reëlings om as prokureur en advokaat toegelaat te word en na ‘n paar maande open hy ‘n regspraktyk wat hom ‘n uitstekende bestaan besorg het. President Boshoff, die tweede president van die nuwe onafhanklike Republiek van die Oranje Vrystaat stel hom ook aan as sekretaris van die volksraad. Hy het later die politiek betree en was vir ‘n kort tydperk volksraadslid van die wyk Ondervalsch-rivier. Met die bedanking van Boshoff in 1859 het Hamelberg ook bedank as volksraadslid maar na die verkiesing van JH Brand as president, is hy weer as volksraadslid verkies in die Bethulie kiesafdeling.

Bloemfontein in 1851, vanuit die Noordweste gesien (Skildery van Thomas Bains)

Soos reeds genoem was Hamelberg ‘n geleerde man wat sy meestersgraad in die regte aan die Universiteit van Utrecht behaal het. Hy het ‘n hoë dunk van sy eie bekwaamheid gehad wat hom in sommige kringe baie omstrede, en selfs ‘n gehate figuur, gemaak het. Hy het baie in die koerante geskryf oor hervorminge wat in staatsorganisasies gedoen moet word maar die toon wat hy aangeslaan het was so uit die hoogte, en so geleerddoenerig, dat dit hewige afkeur onder die eenvoudige samelewing van die Oranje Vrystaat gewek het.

Daar was egter tye waartydens Hamelberg polulêr was in die gemeenskap veral toe hy vir President Jan Brand deur dik en dun ondersteun het om die Basoetoprobleem deur onderhandelinge met die Kaapse goewerneur te probeer oplos. In hierdie tyd het Hamelberg ook in stilte aan ‘n volkslied vir die Vrystaat gewerk en dit deur die Nederlandse komponis Nicolai laat toonset. Hierdie lied stel hy op 23 Februarie 1866, op die twaalfde verjaarsdag van die republiek, aan die volksraad voor. Dit is met dankbaarheid aanvaar en het onmiddelik inslag gevind. Hierdie daad is miskien sy sterkste aanspraak op ‘n plek in die geskiedenis van die Oranje Vrystaat.

Hamelberg se woning op Markplein, Bloemfontein
Die ou Presidentswoning, Bloemfontein c 1868

In 1871 verlaat Hamelberg met sy vrou en kind die Vrystaat vir goed om na Nederland terug te keer. Die finansiële vermoë wat hy opgegaar het, was genoeg om die res van sy lewe onbesorg deur te bring. Na sy vertrek het die volksraad besluit om hom as die Vrystaatse “gevolmagtigd diplomatiek agent” by Europese regerings te benoem waar hy goeie dienste aan die Vrystaat sowel aan die Zuid-Afrikaanse Republiek gelewer het. Hy is in 1896 oorlede. Sy oorspronklike dagboek bestaan nie meer nie maar ‘n afskrif daarvan is waarskynlik deur persone wat as sekretarisse wat in die konsulaat-generaal van die O.V.S in Den Haag gedurende die Tweede Vryheidoorlog, diens gedoen het.

UITTREKSEL UIT DIE TEKS

Februarij 2. Hedenavond ben ik te Bloemfontein terug gekeerd.

Junij 2. Ik was heden op mijne reis naar Fauresmith bij den hr. Gerrit Visser, een lid van den Volksraad. Hij sprak met Petrus Grobbler, een lid van den Bloemfonteinschen kerkeraad die zeide nooit zoo ver gedacht te hebben over het draai der aarde om de zon. De hr. Visser had dit nooit kunnen begrijpen, voor dat hij eene vlieg, welke zich natuurlijk verbeelde over den grond te gaan, tegen eenen zolder had zien loopen. Zoo was het ook met ons; en ieder mensch had een planeet onder aan zijne voeten, waardoor hij aan de aarde werd vast gehouden.

Augustus 24. J. J. Raaff Baljoew van Bloemfontein, zond mij in de vergadering van den Volksraad van heden een stukje papier, waar met potlood op geschreven stond: ,,Moveerd dat Een Officier present zijn zal aan de hof en ik hoop uEd. zal mij voor stellen, dat ik tog Eits moge daarbij verdiene U E Dnr J. Raaff.” Zoo gaat het hier, en zoo is de verhouding van den een tot den ander. Met hof — meent Raaff den Raad.

September 5. De Heer E. R. Snijman, fungerend staatspresident, verhaalt mij uit den mond van den Heer G. P. Visser, lid van den Volksraad, vernomen te hebben, dat deze zich het zoo aangetrokken heeft, dat hij in de zitting van den volksraad van Februarij en Maart 11. niet tot fungerend staatspresident is gekozen, dat hij daarvan eene zware ziekte—de geelzucht—heeft gekregen. De Heer Visser is een eenvoudige veeboer in het district Fauresmith.

Den 35 Augustus ben ik door den Volksraad met de hrn. J. J. Venter en J. F. Janse van Rensburg benoemd in eene corn­missie van 3 leden om ten gevolge van een aangenomen voorstel van den hr. J. J. Venter met de Z.A. Republiek termen van broeder­lijke onderhandeling daar te stellen!!

1860

Januarij 2. Ik heb heden aan den Secretaris van den Volksraad eene missive gezonden, houdende kennisgeving aan den Raad, dat ik mijn mandaat als volksvertegenwoordiger voor de wijk Ondervalsch­rivier nederleg. Ik ben tot dat besluit na rijp overleg en raadpleging met anderen gekomen om verschillende redenen. Er is, ofschoon dan ook zonder grond, onder een deel van het volk een groot wantrouwen tegen de Nederlanders op gewekt; er is, gelijk herhaaldelijk gebleken is, bij de meeste ingezetenen der wijk, welke ik vertegenwoordig, een tegenzin tegen mij, voortspruitende uit verschul van politieke denkwijze; er is bij velen een stellige begeerte om den Heer Pretorius als president bevestigd te zien, onverschillig op welke wijze, onder welke omstandigheden en met welke vooruitzigten zulks geschiede, en de zoo danigen zullen hem bij de aanstaande Raadszitting— gewapend wordt gezegd—naar Bloemfontein vergezellen; er bestaat een algemeene geest van afkeer omtrent de wetten, de belastingen, de ambtenaren en eene algemeene zucht om zeer veel te veranderen of Africa te schaffen, wat ik zou wenschen te behouden; er is groot gevaar, dat ik, in den Volksraad mij verzettende tegen zoo veel, dat zal worden voorgesteld, of punten ter sprake brengende—as in duty bound—, welke anders met stilzwijgen zullen worden voorbij­gegaan, de oorzaak zal zijn, dat de Volksraad uiteengedreven wordt en de laatste zweem van wettigheid en orde verdwijnt; er is zeker­heid, dat ik evenwel niet in staat zou zijn door mijn verzet en mijne redeneringen eenig goed uit te rigten of eenig kwaad te keeren onder de omstandigheden, waarin het land geplaatst is. Om deze en dergelijke redenen heb ik gemeend voor het algemeen belang het beste te handelen door mijne gezegde betrekking neder te leggen en zoo doende geen nutteloos en misschien noodlottig struikelblok te worden op eenen weg, dien de groote massa bewandelen zal.— Verschilt de Raad met mij van gevoelen omtrent de wenschelijkheid, dat ik mijn mandaat als volksvertegenwoordiger nederleg, en ver­klaart hij zich dus ongenegen mijn ontslag aan te nemen dan zal ik voortgaan in denzelven werkzaam te zijn, totdat de tijd, voor welken ik gekozen ben, verstreken is.

Februarij 4. De gelukkigste dag mijns levens. Ik ben heden verloofd met Miss Dorcas Lucas. God zegen haar naar den eindeloozen rijkdom zijner liefde en zegene mij om harentwil!

Februarij 26. Uit de Notulen der laatste zitting van den Volksraad, gepubliceerd in de Gouvernementscourant van 14 Februarij 11., zie ik dat op 7 Februarij mijn ontslag als raadslid aangenomen is onder dankbetuiging voor bewezene diensten.

Julij 24. Hedenmorgen ben ik naar Smithfield vertrokken waar ik den

Julij 25. ben aangekomen en waar den

Julij 26. des morgens te so ure na voorafgaande huwelijksafkon­digingen door den Heer Lemue, Zendeling op Carmel, ten huize van den Heer C. S. Orpen mijn huwelijk met mijne dierbare Dorcas voltrokken. Na het gebruik van een dejeuner, waaraan buiten verscheidene familieleden enkele bekenden deelnamen, ben ik nog denzelfden dag met mijne vrouw naar Bloemfontein teruggekeerd en …

Redakteur

Dr F.J. du Toit Spies is Professor in Geskiedenis aan die Universiteit van Pretoria.

Vertaler

Mnr N.G. Sabbagha is Professor in Engels aan die Universiteit van Pretoria.