Dit is ‘n verslag van die reis wat na die Oos-Kaap onderneem is deur die goewerneur van die Kaap, JW Janssens, en kaptein Paravicini de Capelli, neergeskryf deur DG van Reenen. [Sien ook Volume I-46].

Van Reenen was ‘n vername burger aan die Kaap, ‘n wynmaker wie se wyn beskou is as die beste in die Kaap; en die wyn- en vleiskontrakte van die VOC is meer as een keer aan hom toegeken.

Die doel van die reis was om die magsgebied van die Bataafse regering te inspekteer en om konflikte tussen die Hollandse burgers en die inheemse bevolking te besleg. Dit is ‘n amptelike verslag met heelwat feitelike inligting.

 

UITTREKSELS UIT DIE TEKS

 

176    VAN REENEN SE JOERNAAL VAN REENEN’S JOURNAL    177
wilde hier toe niet resolveeren voor en aleer hy met hun slaags was geweest, waar toe hy zig prepareerde en eerstdaags mede zoude beginnen.

De Gouverneur toonde zig hieromtrent niet wel te vreeden, zeggende dat hy meester was dit te doen of te laaten, dog dat hem niets aangenaamer zoude zyn dan een geruste bevrediging tusschen hunlieden te maken en hier wierd de cerste samenkomst geslooten.

Gaika met zyn moeder en twee vrouwen en Coenraad Buys wierden by den Generaal te middagmaal genoodigt; aan tafel zittende, liet Gaika al zyn volk rondom de tent zitten, hy, zo wel als zyn moeder en vrouwen, waren onhandig met mes en vurk om te gaan; nogtans was dit een zeer mislyk Dinee.

Des anderen daags wierd aan Gaika van wegens den Generaal wederom voorslaagen tot vreede met de uitgeweekene Kaffers gedaan en bekend gemaakt dat den Generaal expres een to1k van de andere party had meede gebragt, die zeer geneegen waaren tot onderhandelingen te komen, en dezen tolk hadden meede gegeven om zyn antwoord te ontfangen, waarop hy dan eindelyk daar toe is geresolveerd en in eene daarop belegde vergadering de volgende poincten door hem zyn beantwoord.

Deeze vergadering wierd gehouden in een open tent, waarby, behalven den Generaal en den Cafferchefs, tegenswoordig waaren ik, den Capitein Paravicini de Capelli, de Major Von Gilten, Capt. Alberti en de Luitt. Gilmer; alle de by ons zynde ingezeetenen zaten rondom

did not want to commit himself to this, not until he had joined battle with them, for which he was preparing; he would make a start presently.

The Governor signified his displeasure, stating that the choice whether to do so or not was Gaika’s, but that nothing would please him more than to bring about a lasting peace between them. At this point the first meeting was adjourned.

Gaika, his mother and two wives and Coenraad Buys were invited to dine with the General. Gaika sat at the table and told his people to sit round the tent. He and his mother and wives were quite dexterous in handling knife and fork; notwithstanding this their presence at the meal made it rather nauseating.

The following day the General made further pro­posals to Gaika for peace with the native refugees and announced that he had specially brought with him an interpreter belonging to the seceded section, who were only too anxious to discuss terms and had sent this interpreter to receive Gaika’s answer. Whereupon he finally decided to discuss matters. At a meeting which was then convened he replied to the following points.

This meeting was held in an open tent, and in addi­tion to the General and the Kafir chiefs, I, Captain Paravicini de Capelli, Major von Gilten, Captain Alberti and Lieutenant Gilmer were present. All the European inhabitants accompanying us sat round the