Hendrik Cloete is gebore in 1725 op die familieplaas Nooitgedacht naby Stellenbosch. Die plaas is deur sy moeder, Sibella Pasman, in die familie gebring. Toe hy Groot Constantia in 1778 gekoop het, was hy reeds ‘n welvarende boer op Nooitgedacht. Constantia wyne was op daardie stadium reeds baie gewild in Europa. Die gewildheid is weerspieël in die baie hoë koopprys wat Cloete betaal het: fl90,000 vir die plaas plus die losgoed en slawe. Cloete en sy vrou gaan woon op die plaas en die boerdery op Nooitgedacht word deur sy oudste seun oorgeneem. In 1794 na die dood van sy vrou, trek Cloete terug na Nooitgedacht waar hy dan ook oorlede is. Sy jongste seun, ook Hendrik neem die boerdery oor op Groot Constantia en word dan ook die nuwe eienaar na die dood van sy vader.
Hendrik Cloete omstreeks 1788
Groot Constantia is een van die bekendste historiese monumente in Suid Afrika. Dis ‘n pragtige voorbeeld van Kaaps-Hollandse boustyl, idillies geleë in wyn area wat reeds eeuelank befaamde wyne produseer. Die stigter van Groot Constantia was Kommandeur (later Goewerneur) Simon van der Stel, maar Hendrik Cloete, wat die vervalle landgoed in 1778 van die vorige eienaar gekoop het, het die huis vergroot en verbeter, nuwe wynkelders aangebou, die wingerde uitgebrei, en alles gedoen om die produksie en bemarking van die wêreldberoemde Constantia wyne te verbeter.
In hierdie boek word ‘n versameling briewe en dokumente gepubliseer wat Cloete in 1788 en volgende jare aan sy vriend Hendrik Swellengrebel jr in Nederland gestuur het, in ‘n poging om toestemming van die Verenigde Oos-Indiese Kompanjie te verkry om sy beroemde wyne vry te verhandel en te bemark.

Groot Constantia in 1812 (deur M J Milbert)

Groot Constantia in 1799 (deur Lady Sophia Hamilton)
Hierdie materiaal bied die leser ‘n intieme blik agter die skerms van die Kaapse politiek en ekonomiese geskiedenis, en die geleentheid om van naby kennis te maak met die handel en wandel van die wynmakers van Groot Constantia en Klein Constantia in die laat-agtiende eeu: Hendrik Cloete, Johannes Nicolaas Colijn en hulle slawe.
Die briewe en dokumente word weergegee in die oorspronklike Nederlands met ‘n volledige Engelse vertaling.
AANHALING en VERTALING VANUIT DIE TEKS
III J.A. BARON VAN PLETTENBERG TO HENDRIK SWELLENGREBEL
Windesheim, 4 July 1789
Dear Honourable and Learned Sir,
There is no doubt that there is little I can tell you about the history of Constantia and the delivery of the renowned wines from that estate. At the time of the first sale of the estate, there were certainly no stipulations concerning exclusive rights to the wines as at that time they were hardly known. It follows that there also would not have been an objection at the next sale. Some 25 years ago one could buy Constantia wine at a reasonable price and the delivery to the Company was, if I am not mistaken, fixed at 40 aamen annually. Seldom was there a complaint about the quality and the 10 percent payments to the owners were regularly made each year.
The increased sea traffic, particularly of men-of-war, as well as the growing fashion in Europe to drink Constantia wine, gradually changed the scene, in that one began to consider it a privilege to acquire a small stock of this nectar for cash. The price, as I am informed, rose to 10 rd:s per halfaam for private buyers where it remained, until Cloete became owner of Constantia and in high-handed fashion and without informing Colijn, his neighbour, fixed the price at 80 Spaansche matten.
The foreigners, and particularly the English and French, were not deterred by this, with the result that the inclination was to deliver the least possible quantity to the Company, which in the meantime had fixed the annual quota at 60 leggers, but which I understood to be aamen. Poor harvests and connivance by the Cape government, kept the old quota in place, which could not at all be met due to the outbreak of war with England. The Danes, seeing an opportunity to exploit the unstable times for their profit, arranged a public sale of extra high quality red and white Constantia wine in 1783, as I understand in N.B. Amsterdam!
That the large, inch-high lettering of the printed advertisements caused severe agitation among Lords XVII was, of course, to be expected. A copy….
III J.A. BARON VAN PLETTENBERG AAN HENDRIK SWELLENGREBEL,
Windesheim 4 Julij 1789
Wel Edele Gestrenge Heer!
Ik kan Uw, met zeekerheid, weinig voorligten in het historique van Constantia, en de leverantie der zoo gerenomeerde wijn dier hofsteeden. Bij de eerste verkoop der plaatze, op ordre der maatschappije [de VOC] geschied, heeft men zeekerlijk geen uitsluijtend regt op de Wijn gestipuleerd, als die toentertijt nog niet of nauwelijx bekend zal zijn geweest; dus bij de volgende verkoopen kan er ook geen bezwaar opgelegd zijn. Nog maar voor 25 Jaeren konde een ijder gemakkelijk Constantiawijn, en wel voor eene redelijke prijs, bekoomen, en de leverantie aan de Comp. was (in fallor)* op 40 Aamen Jaarlijx bepaald. Zelden horde men klaagen over de qualiteit, en de 10 p.Ct. rendementen wierden regulier aan de Eijgenaers Jaarliljx afbetaald.
De toeneemende vreemde Vaart, vooral van retourneerende Scheepen van oorloge, benevens de in Europa meer en meer veld winnende mode om Constantiawijn te schenken, maakten langzamerhand eene verandering, in zooverre dat men het als eene gunst moeste reekenen van dien nectar, voor Contante penningen, eenen kleinen voorraad magtig te worden, zijnde de prijs, zoo mij voorstaat, tot 10 Rijxds. de half Aam voor particuliere vreemde gereezen, waarop gebleeven is totdat Cloete, Eijgenaer van groot Constantia zijnde geworden, op eene vrij eijgendunkelijke wijze, en zonder communicatie aan zijnen buurman Colijn, de prijs bepaalde op 80 piasters.
De vreemde, en bovenal de Engelsche en Fransche Heeren, hierdoor niet wordende afgeschrikt, was het natuurlijk gevolg dat men de Comp. gaarne zoo weinig wilde leveren als maar eenigzins bestaanbaar was, die intusschen den Jaarlijken Eijsch bepaalde op 60 Leggers (waarvoor Ik egter Aamen hebbe verstaan). Onvoordeelige Oogsten en oogluijking der Caapsche Regeering beletteden evenwel om van den ouden Eijsch aftegaan, die geheel niet kon voldaan worden bij het uitbarsten van den oorlog met Engeland. De Deenen, van deeze tijts gelegentheid profiteerende lieten in [17]83, zoo mij voorstaat, eene publijke verkooping van Extra puijk puijk puijk opregte Roode en Witte Constantia wijnen aanslaan, die NB in Amsterdam zou gehouden worden.
Dat de Groote, en met duijmsletters gedrukte, advertissementen onze Heeren choqueerden, was natuurlijk te wagent. Ook weird een Exemplaar…..
Geredigeer en ingelei deur G. J. Schutte
Dr G.J. Schutte het aan die Universiteit van Utrecht en Pretoria geskiedenis gestudeer en is hoogleraar aan die Vrije Universiteit van Amsterdam, waar hy die geskiedenis van Nederlandse protestantisme doseer. Hy het verskeie publikasies oor die Nederlandse, Nederlandse koloniale, en Suid-Afrikaanse geskiedenis die lig laat sien. Die Van Riebeeck-Vereniging het in 1983 sy boek Briefwisseling van Hendrik Swellengrebel Jr. oor Kaapse sake gepubliseer.