‘Bejaarde Kaapse Hottentot man’

Die meeste van die vroegste reisigers wat die Kaap besoek het, het verslae oor die plaaslike Khoisan gemeenskappe by hulle beskrywings ingesluit. Die drie werke wat in hierdie publikasie opgeneem is, is vollediger as die meeste ander en dit gee ‘n redelike goeie idee van die mate van kennis oor die inheemse mense van die Wes-Kaap aan die einde van die 17de eeu. Hoewel dit verslae van reisigers en nie van wetenskaplikes is nie, word die eienskappe van hulle materiële kultuur taamlik volledig beskryf.

‘How the Hottentots treat new-born babes’ [Kolb]

UITTREKSELS UIT DIE TEKS

22    KAFFRARIE OF LANT DER HOTTENTOTS

Na het befrijven van al deze vrolijkheden, wierden d’oversten met rode kralen, kopere stokken, en platen, en elk daer en boven met een rolletje tabak beschonken; maer de gemene Hottentots moesten zich met het voorzelde onthael vernoegt houden: waer op zy alle gezamentliik, na dat een parthye dien nacht in het Fort geslapen had, weder vertrokken, uitgezeit, de voornoemde Herry, die noch drie of vier daegen daer verbleef.

De zelve Herry spreekt mede een weinigh Engelsch, geleert door het verkeren met d’Engelschen in Bantam in Indiën, daer d’Engelschen een vastigheit hebben, derwaerts hy van de kaep met een Engelsch schip over gevaren was; maer komende naderhant met een schip weer aen de kaep, begaf hy zich weder onder zijn volk.

 

COCHOQUAS OF SALDANHARS.

De Kochoquas of Saldanhars, alzo by d’onzen genoemt, om dat zlch altijts meest ontrent en in de dalen van de Saldanhabay hebben onthouden, gelegen achtien mijlen Noord-westwaerts van de kaep, leggen in vijf of zestien negeryen verdeilt, elk ontrent een vierendeel uurs van elkandre, en bewonen met hun alien ontrent vier hondert, of vier hondert en vijftigh huizen. Ieder negerye bestaet uit dertig, zes-en-dertig, veertig en vijftig huizen, meer en minder, alle in ‘t ronde gezet, en een weinig van eikandre, daer binnen, versta binnen ieder negerye, de Saldanhars hun vee in bewaringh stellen.

Zy bezitten een groote menighte van schone beesten, wel over de hondert duizent, en ontrent twee hondert duizent schapen, die geen wol, maer langachtigh gekleurt hair op ‘t lijf hebben.

Al de Kochoquas, of Saldanhars, staen onder eenen overste of koning, met den tijtel van Koehque, dat gezeit is, een koning van ‘t Hottentots geslacht, die op ontrent vijftigh mijlen van de kaep wonen, als de Gorachouquas, of Tabaks-dieven, desgelijx de Goringhaiquas of Kaepmans, […]

KAFFRARIA OR LAND OF THE HOTTENTOTS     23

After the conclusion of all these festivities, the chiefs were presented with red coral beads, copper sticks and copper plates, and each one in addition with a roll of tobacco. But the common Hottentots had to remain content with the entertainment just described. Then, after some had slept for the night in the Fort, they all again went away together, except for the above-named Harry, who remained there for another three or four days. This Harry also speaks a little English, which he learned through intercourse with the English at Bantam in India, where they have a fortress to which he sailed from the Cape in an English ship; but returning again later on to the Cape, he once more rejoined his people.

 

COCHOQUAS OR SALDANHARS.

The Kochoquas are called Saldanhars by our country­men, because they have always dwelt mostly near and in the valleys of Saldanha Bay, eighteen miles north-west of the Cape. They are settled in fifteen or sixteen different villages, about a quarter of an hour’s distance from one another, and all told inhabit four hundred or four hundred and fifty huts. Each village consists of thirty, thirty-six, forty or fifty huts, more or less, all placed in a circle a little distance apart. The Saldanhars for safety keep their cattle in the centre of the village (at night). They own a large collection of cattle, well over a hundred thousand in number, and about two hundred thousand sheep, which instead of wool have longish coloured hair on the body.

All the Kochoquas or Saldanhars are under a chief or king with the title of koehque, which means a king of the nation of Hottentots living up to within about fifty miles from the Cape, such as the Gorachouquas or Tobacco Thieves, together with the Goringhaiquas or Capemen, […]

Die volgende geskrifte is ingesluit:
O Dapper, Kaffrarie, of Lant der Hottentots
W. Ten Rhyne, Schediasma de Promontorio Bonae Spei
J.G. De Grevenbroek, Gentis Hottentotten Nuncupatae Descriptio