Hendrik Swellengrebel jr. (1734-1803) was die seun van Hendrik Swellengrebel, wat vir 14 jaar die Kaapse goewerneur was en na sy uittrede uitgebreide eiendom daar behou het. Swellengrebel die jongere, wat ‘n gerieflike lewe in Nederland gelei het, het die Kaap tussen 1776 en 1777 besoek. Na sy besoek het hy steeds ‘n belangstelling in Kaapse aangeleenthede behou. Hy het betrokke geraak by die Kaapse Patriotte-beweging en het baie gedoen om die ekonomie te bevorder. Sy briewe bevat heelwat inligting oor die sosiale geskiedenis van die Kaap gedurende die laaste kwart van die 18de eeu.

 

Renoster-jag by die Klein Visrivier  

 

AANHALING UIT TEKS

XXVI. H. CLOETE AAN SWELLENGREBEL,

CONSTANTIA, 12.1.1784

”Op UWelEd. g’eerde mesive van den 2 Julij ao pass. dient tot andwoord daar uyt UWelEd. groote spijt en leedwezen gesien te hebben, met aan­ houwentheijd de misnoegde staat der inwoonders UWelEd. geboorte plaats te moeten hooren. De heersende onkunde neemt niet af, maar stoelt dagelijks uyt als de onkruijt op ‘t veld .
Niet sonder reden is mijn vrolijk heumeur tot zugten over gegaan – Dan komt er nog bij dat ons een tweede Boanergus tot gouverneur zal gezonden worden – de volgende schip breng wederom tijding van een cale Edelman – al zulke onverhoopte praad verwekt nieuwe stof en gissing in’t bloed – zulke regenten zoude niet lang op hunne musicalissen instrumenten nodig hebben te spelen, of de poppen raakten van zelfs aan dansen.

Deze donkere hoek levert zo veel op, dat men wel met de groodste voorzigtigheyd op heldere middag zijn aanstaande werk mag gaan be­ schouwen. De aard en eygenschap van onze landslieden moet UWelEd. nog vers in ‘t geheugen leggen dus niet nodig te schrijven.
Een eyder onzer weet, dat voor, in, en agter de Caffers de beste lands­douwe met zware bossen, groote revieren, zoud panne & & & lijt, ja zo vrugtbaar dat alle ingezetene en meer, kan de kost geven.
De middelen van bestaan voor eerst van Mouritius te verwagten zijnde, behoef de vransche de rif niet te passeren, om dan vrij voordeliger handel in alles te kunnen drijven, als op de Caap-
NE of de Caffers beesten daar niet zoude te pas komen . Zo ras de heeren van ‘t bewind een verkeerde weg van redres inslaan, zien ik te gemoed, dat dit ‘t gevolg zal zijn, en wel in sonderheyd van meest alle die op EComps. Leenings plaatzen woonen- dat schrijft ik UWelEd., mijn heer onthouwd ‘t wel-
Dit over geslagen en hoopt ondertusschen ‘t beste.
En zal liever tot het articul van UWelEd. grote spijt en leedweezen over de misnoegde staad der Caapse inwoonders over gaan – ik twijfelen niet geen ogeblik en gelove zeer wel, dat ‘t UWelEd. en meer wel den­kende lieden een smert is, zo een beroert leven, van zijn lands luij te moeten hooren en zien.

In d’ Jaaren 1738 en 39 heb ik beleeft dat de wijze en strenge gesag­ hebber van den Hingel, zoo veel boeren de wapens heeft doen opnemen, dat men wegens hun overmagt d’zelve niet durfte tegen gaan. En wel zo dat hij en alle die met hem op eene leest schouyde de doot was toe geswooren, en vertroude niet over het zoute revier te comen.
Het gelukkig gevolg hiervan was dat UWelEd. heer vader dit Gou­vernement verkreeg van dat moment was er een algemene vreugd, de misnoegde lijde hunne wapens af, en gedroeg zig voorts als burgers betaamde te doen. Siet hier heer en vriend –
deeze tegenswoordige tijt is in Eniege opzigte niet minder als in de voornd. Jaaren –
Is den oude Hendrik Swellengrebel een man, een regent geweest, die zo veel vermogens op zijn lands luij en verdere ingesetene heeft gehad, dat hij zonder een te schande laceren, ja alle malcontente vrijwillig en met liefde onder zijn gehoorzaamheyd heeft gebragt – wat zal den Dom decan te Utrecht, op wiens persoon hier aan Caba veel vertrouwen gestelt word, niet kunde te wegen brengen, als ons die heugelijke tijding bedeelt word, een naam genood en opvolger van UWelEd. brave vader deeze gouvernement te hebben verkregen, al was ‘t dan maar voor een der Commissarissen, dat niet ondienstig zoude zijn; heel veel ingesetene met mij vertrouwe en verzekere UWelEd. niet zonder grondige redenen. ”

Kraal van Kaptein Ruyter van die Gonaqua-Hottentotte (Skilder Schumacher 1776)

ENGELSE VERTALING VAN GEDEELTE VAN BOSTAANDE TEKS

“In answer to your letter of the 2nd July 1783, I share your grief that the dissatisfaction of the inhabitants of the colony has not abated but grows worse. The latest prospect is a new governor who is proud and poor. You must remember what the burghers are like and we all know that the territory all round where the Caffers live is the most fertile, with forests, large rivers, salt pans and other resources. The burghers in the interior could find a market in Mauritius perhaps more advantageously than at the Cape. The Caffers’ cattle might come in handy. If the rulers make one false move, the burghers, especially those on “loan farms” will turn their back on the Cape. I remember that in the years 1738 and 1739 farmers took up arms against Daniel van den Hengel in such numbers that it was impracticable to oppose them. Those who were listed as his supporters were threatened with death; and it was only when your father took over the government that peace was restored.

People at the Cape trust you, as they did your father, and even if you were merely appointed as one of the Commissioners, it would be better than nothing. To have you as Governor would be the best means of all to restore harmony. I vouch that this opinion will be subscribed to by nearly all the inhabitants.

I have again been attacked by gout, otherwise we are all well. The wheat-harvest has been good, but the grapes have not matured owing to lack of rain.”