Hierdie joernale is oorspronklik gepubliseer in Molsbergen se Reizen in Zuid Afrika. Wikar se verslag is ‘n weergawe van die daaglikse lewe en avonture van die eerste Europeaan van wie ons weet dat hy langs die Oranjerivier gereis het; terwyl die verslag van Jansz handel oor die eerste Europeaan wat die Oranjerivier oorgegaan het na Suidwes-Afrika (Namibia). Van Reenen het die Oranjerivier oorgesteek na Damaraland om koper te soek.

Gedeelte van Wikar se kaart van sy reis. 

Om ‘n hoë resolusie weergawe van hierdie kaart te besigtig, klik asseblief HIER

UITTREKSEL UIT DIE TEKS

52    WIKAR SE JOERNAAL WIKAR’S JOURNAL    53
[…] vast. De kinders zitten nu agter een boom of bos, en loeren als de voogels gaan zitten, wanneer zy hard toe-loopen om te vangen. Den tortelduyf is de grootste voogel die zy hier met deeze kunst vangen.

Zo als de kinders der Eynikkoas kunnen loopen word haar een boogje en peyltjes gegeeven, dat ze al vroeg haare excercitie leeren; nu klijn zijnde jagten zy klyne hagadisse die ze doodsdhieten, braden en opeeten, ook vinke en meer klyne voogels schieten de kinderen, en zijn hierin zeer eergierig want alle de velle van de klyne voogels die zy doodgeschooten hebben, worden aan haare kop gehangen, dat voor haar een groote eer is; dat is voor de ouders ook een groote blijdschap; voor ‘t overige zijn ze zeer slegt in haare kindertugt, want hoe grooter brakke dat de kinderen zijn, om te bakkeleyen, vegten etc., hoe liever voor de ouders, en door die beuzelagtigheeden der kinderen, koomen de oude ook veeltijds aan malkander, dat hierdoor wel moord en doodslag geschied. Een moeder zelfs verdraag geduldig dat ze met stokken en steenen gegoeyd word, voor een eer en geluk agtende, dat ze zo een quaadaardige held tot zoon heeft; als de kinderen 6 of 8 jaar oud zijn, word voor haar scherpe stokken, op de manier van assagaye van dawee of sapreyhout gesneeden; nu […]

[…] their feet on the glued rushes, and, when they want to fly away, usually the tips of their wings adhere to the sticky rushes. Meanwhile the children are sitting behind a tree or a bush, watching for the birds to settle, and then they rush out to catch them. The turtledove is the largest of the birds they catch by means of this device.

As soon as the children of the Eynikkoas can walk they are given a miniature bow and small arrows so that at an early age they learn to use them. While they are small they hunt little lizards which they shoot, roast and eat. The children also shoot finches and other small birds, and in this they are most ambitious, as all the skins of the little birds they have shot are hung round their heads; which is a great honour for them and also a great joy to their parents. For the rest the Eynikkoas are very slack in disciplining their children, since the greater scamps the children are (quarrelling and fighting, etc.) the more delight the parents take in them, and the older people also are often at loggerheads because of this petty quarrelling among the children, so that even murder and manslaughter result from it. Even a mother will patiently submit to having sticks and stones hurled at her, considering it an honour and good fortune that she has such a vicious hero for a son. When the children are six or eight years old, sharp sticks are cut for them and shaped after the fashion of an assegaai, from “dawee” or “saprey” wood. […]